Fotografie: Geheugenkaartjes

Een digitale camera gebruikt extern geheugen in de vorm van geheugenkaartjes. Nadat de foto’s overgezet worden op de harde schijf van je computer, kan je de inhoud van het kaartje wissen en opnieuw gebruiken zo vaak als je wil.

Types

Er zijn verschillende types geheugenkaartjes, maar de meest gebruikte zijn van het type CompactFlash en SecureDigital (SD). Beide kaartjes zijn uitgevonden door SanDisk. Doordat ze beiden een groot marktaandeel hebben zijn ze ook het goedkoopst.

Snelheid

Een belangrijke eigenschap van een geheugenkaart is, naast de opslagcapaciteit, de snelheid van de gegevensoverdracht. Moderne compactcamera’s en de professionele spiegelreflexcamera’s kunnen snel na elkaar foto’s nemen. Wel 10 per seconde! Uiteraard is dat pas haalbaar als de geheugenkaart de foto’s snel genoeg kan wegschrijven. Daarom kan je voor de meeste type geheugenkaarten normale, snelle en heel snelle types kopen.

De minimum snelheid van een SD-kaartje wordt bepaald door de klasse, aangeduid met een cijfer in de letter C. Het cijfer duidt het minimum aantal megabyte dat per seconde kan weggeschreven worden. Klasse 4 kaartjes schrijven data weg met een snelheid van minstens 4MB/seconde. Enkel met een snellere, professionele spiegelreflexcamera met hoge sensorresolutie heb je een nog hogere klasse nodig. Uiteraard zijn deze ook duurder.

Bron van info: Digitale fotografietechnieken door Joan Staels

Bron foto

 

Fotografie: Compositietips

Een mooie foto maken is niet een kwestie van de juiste camera in de hand te hebben, maar meer van het hebben van een ‘fotografisch oog’. Velen maken volop gebruik van het middelste autofocus punt (dwars in het midden, meestal het grootste punt) en plaatsen mede hierdoor het onderwerp van de foto precies in het midden. Zo lang de foto scherp is en het onderwerp herkenbaar is, is dit zeker niet fout, maar er is zoveel meer mogelijk. Hoe breng je het onderwerp zo in beeld dat het ook een mooie, creatieve, gebalanceerde en/of interessante foto wordt?

De brandpuntafstand heeft een belangrijk effect op de compositie van een foto. Wanneer je een onderwerp van dichtbij fotografeert met een brandpuntafstand kleiner dan 50mm (=breedhoek), dan maak je het onderwerp groter en de achtergrond kleiner. Bovendien krijg je hierdoor veel diepte in je foto. Wanneer je verder van je onderwerp gaat staan en gebruik maakt van een lange brandpuntafstand (bv door in te zoomen)dan word de achtergrond groter en lijkt je onderwerp minder imposant. Omdat je de achtergrond eigenlijk naar voor hebt gehaald, zal er minder diepte in je foto zitten.

Enkele tips om een goeie compositie te creeëren op je foto. Let wel, experimenteer er op los en hou je niet vast aan de regeltjes.

Regel van derden

Het basis principe van de regel van derden is dat je een afbeelding zowel horizontaal als verticaal in drieën verdeeld. Je krijgt dus in totaal 2 horizontale en 2 verticale lijnen die een afbeelding in 9 gelijke vlakken verdeeld waardoor er 4 kruispunten van lijnen ontstaan.

Kikvorsperspectief/vogelperspectief

Kikvorsperspectief ofwel perspectief waarbij het oogpunt zich onder het voorwerp bevindt. Bij vogelperspectief kijk je net op je onderwerp neer. Het onderwerp lijkt hierdoor kleiner en de horizon bevind zich hoog in beeld.

Je onderwerp kadreren

Hier moet je onderwerp steeds in het midden van je foto staan. Daaromtrent vorm je met een soort kader van natuurlijke voorwerpen rond je onderwerp. Dit kan op straat of in de natuur (denk aan een bos).

Bron van info: Digitale fotografietechnieken door Joan Staels

Bron foto Regel van derden

Bron foto Kikvorsperspectief/Vogelperspectief

Bron foto Je onderwerp kadreren

Fotografie: Wat betekent Witbalans?

De instelling witbalans op je camera corrigeert de kleuren op de foto. Lichtbronnen kleuren in meer of mindere mate de omgeving. Wil je dat witte voorwerpen ook echt wit op de foto staan, dan moet je je witbalans correct instellen.

De processor van je digitale camera kan de kleuren van diverse lichtbronnen compenseren door de informatie van de rode, groene en blauwe sensordiodes in de goede richting bij te sturen.

Stel, je neemt ’s middags een foto bij open hemel. De fysieke werkelijkheid zorgt voor een lichtblauwe tint. De camera kan deze blauwzweem corrigeren door oranje toe te voegen en met andere woorden de rode en groene diodes meer te laten doorwegen. Wanneer je een interieurfoto neemt belicht door gloeilampen, dan kan de oranjezweem in de foto vermeden worden door de blauwe diodes meer te laten doorwegen.

Het bijsturen kan in principe volledig automatisch gebeuren, maar je krijgt vaak een beter resultaat als je zelf ingrijpt. Hiervoor bestaan enkele voorkeuzes in de witbalans instelling.

Automatische witbalans (AWB)

In deze stand vertrouw je op op de intelligentie van je camera. De camera probeert de kleuren in je opname te analyseren en te compenseren indien nodig. Deze instelling zal voor veel opnames gebruikt kunnen worden, behalve wanneer in extreme lichtomstandigheden zoals heel veel kleuren bijeen en warme kleuren.

Voorkeuze witbalans

Daglicht

Dit gebruik je best bij zonnig, helder weer. Omdat deze stand de kleuren minimaal bijstuurt, kan je deze ook gebruiken voor een zonsondergang en bij fel gekleurde lichtbronnen.

Bewolkt

Bij een volledig bewolkte hemel is deze voorkeuze de beste optie. Deze stand zorgt voor warmere kleuren en is hierdoor ook interessant bij het fotograferen van personen en historische gebouwen.

Schaduw

Wanneer je onderwerp volledig in de schaduw staat kies je best voor deze stand. Het zal alle blauwzweem weghalen.

Gloeilamp

Wanneer het licht hoofdzakelijk van klassieke gloeilampen of halogeenlampen komt en het onderwerp hierdoor belicht word. De kleuren worden koeler gemaakt.

Neon (of Tl-lampen)

Deze voorinstelling is bedoeld om te gebruiken bij TL-licht wat je tegenkomt in kantoren en ziekenhuizen bijvoorbeeld.

Flits

Wanneer je de flits geactiveerd hebt moet je ook deze instelling gebruiken. Deze voorinstelling compenseert het ietwat koele licht wat uit de flitser komt.

Berekenen van Witbalans

Wanneer het te moeilijk is om uit te maken welke lichtbron het meest prominent aanwezig is en vooral wanneer je de kleuren perfect juist wil hebben, dan kan je de kleurtemperatuur laten meten door de camera. Dit doe je door de lens te richten op een wit of grijs voorwerp waardoor deze de eventuele aanwezige kleurzweem kan meten. Hieruit kan de camera de exacte kleurtemperatuur van de lichtbron berekenen.

Bron van info: Digitale fotografietechnieken door Joan Staels

Bron foto

Fotografie: Bepaal je sluitertijd

Net zoals het diafragma kan je ook de sluitertijd bepalen, wat zorgt voor de hoeveelheid beweging in je foto. Ook hier word die weergegeven met een getal.

De sluitertijden worden aangeduid als 8, 15, 125 enz. Dit is de korte notatie voor 1/8s, 1/15s enz. (De s staat uiteraard voor seconde) Sluitertijden langer dan 1/3s worden dan weer aangeduid als 1″3, 1″, 0″4 wat dus 1,3s, 1s en 0,4s betekent. Dit alles is naargelang je camera. Spiegelreflexcamera’s kunnen al eens een kortere of langere sluitertijd hebben dan een compactcamera.

Langere sluitertijd = groot diafragma = onderwerp ‘bewogen

Korte sluitertijd = klein diafragma = onderwerp ‘bevroren

Bron van info: Digitale fotografietechnieken door Joan Staels

Bron foto bovenaan

Bron foto onderaan

 

Fotografie: Wat is nu precies een diafragma?

getImage.aspx

Het diafragma van je camera is de lichtopening van je lens. Je kunt die vergelijken met de iris van het menselijk oog: het kan groter of kleiner worden om de hoeveelheid binnenvallend licht te regelen. Daarom heeft de diafragmawaarde een grote invloed op de scherpte diepte in je foto.

De grootte van het diafragma wordt weergegeven met een getal (=diafragmawaarde)

Groot diafragma = grote opening = klein getal

Klein diafragma = kleine opening = groot getal

Je diafragmawaarde bepaalt ook de scherptediepte van je foto. De scherptediepte, het gebied op de foto dat scherp in beeld is, kan variëren. Wanneer je alles op de foto scherp wil dan heb je een grote scherptediepte en een klein diafragmawaarde. Dit is gewenst bij landschapfotografie. Bij portretfotografie kies je best voor een kleine scherptediepte, dus een grote lensopening en kleine diafragmawaarde.

Bron van info: Digitale fotografietechnieken door Joan Staels

Bron van foto bovenaan

Bron van foto onderaan

Fotografie: Ken je camera

Vorige week vertelde ik over het kiezen van een camera. Wanneer je je camera eindelijk gekozen hebt moet je nog ontdekken hoe die werkt. Daar zal ik je vandaag proberen bij te helpen.

Zowat elke camera beschikt over de groene knop of de automatische knop. Dat wil zeggen dat de camera zo goed als alle instellingen zelf kiest. Zo word de belichtingstijd en diafragma bepaald alsook of de flits aan of uit moet.

Naast de automatische stand heb je de P-stand wat staat voor Program. Dit is een automatische stand wat belichting betreft. Andere instellingen kunnen dan wel weer onder deze stand gebruikt worden.

Dan heb je de half-automatische standen A en S (of soms ook Av en Tv genoemd). Hier kiest de fotograaf één belichtingsparameter. De rest word door de camera berekend.

De M-stand is de Manuel. Hier doet de fotograaf alles volledig zelf. Je camera geeft wel nog aan of je foto goed belicht is, maar je zal zelf je diafragma en sluitertijd moeten instellen.

Naast al deze professionele standen heb je natuurlijk ook de voorgeprogrammeerde standen. Zoals het Flitssymbool, Rennend mannetje, Grote tulp, Gezichtje en Berg. Deze zijn handig om snel een portret of landschap te nemen zonder iets te moeten instellen.

Bron van info: Digitale fotografietechnieken door Joan Staels

Bron van foto

Fotografie: Welke camera kies ik?

Tegenwoordig heb je allerlei soorten camera’s in verschillende maten en kleuren. Maar welke keuze moet ik nu maken. Ik zal je met mijn tips proberen te helpen.

Vraag je af wat je wil bereiken in de fotografie.

Tegenwoordig kun je met een simpele gsm al een mooie foto maken. Wanneer je iets meer wil kan je kiezen voor een Compactcamera, Systeemcamera of een Spiegelreflexcamera. Elk van hen zijn in een breed gamma verkrijgbaar en ook in verschillende merken.

Welke kies ik nu?

Even een korte uitleg over de 3 soorten camera’s.

Compactcamera

-licht en compact in gebruik

-goedkope modellen

-makkelijk te bedienen door de verschillende voorgeprogrammeerde ..

Systeemcamera

-compact en licht van gewicht

-ruime keuze aan objectieven

-sensor is groter waardoor er minder ruis is en er meer licht binnen kan

Spiegelreflexcamera Digital Single Lens Reflex of DSLR word die ook genoemd

-handmatige bediening

-ruime keuze aan objectieven

-snelle autofocus

Zo, nu heb je een idee hoe het allemaal in elkaar zit, nu moet je zelf nog de keuze maken welk merk je hiervoor kiest. Daar kan ik helaas geen tips bij geven, maar persoonlijk zweer ik  bij Canon.Niet dat andere merken minder goed zijn, ze hebben elk hun voor- en nadeel. Maar fotograferen kunnen ze allemaal.

Bron van info: Digitale fotografietechnieken door Joan Staels

Bron van foto